Skip to content

Meten is Leren

Dag 2 van het E-learning event gaat van start met een keynote van Hans de Zwart: Meten is weten leren.

95 slides in 40 minuten en excuses vooraf.
Excuus 1: We beginnen met een verhaal over een toekomst die er nog niet is.
Excuus 2: dit gaat te abstract worden voor 90% van het publiek (iedereen blijft zitten, we zijn overtuigd van onszelf, we horen blijkbaar allemaal bij de 10%)

Hans introduceert zijn functie als innovatie manager. De beste manier om de toekomst te voorspellen is te experimenteren.

Er zijn twee varianten van innovatie:
1. Er is buiten de organisatie een oplossing, dat wordt mee de organisatie gebracht (medicijn > patient)
2. Er wordt binnen de organisatie gepraat en er wordt een oplossing bij gevonden (patient > medicijn)

Innovatie is niet eenvoudig. De waan van de dag zorgt er vaak voor dat nieuwe oplossingen niet landen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er mensen strategischer worden zodat de innovatie wel zijn plek vindt?

Hans ziet learning scenarios als een mogelijkheid om dit voor elkaar te krijgen. De methode van Learning Scenarios zet (in een nutshell) 2 onzekerheden uit op twee assen. Hierbij worden mogelijke 4 toekomst scenarios met een herkenbare karakteristieke naam uitgewerkt. Over de workshop in Berlijn heb ik eerder geblogd, meer over Learning Scenarios vindt je op de website.

Hans gaat verder op het thema data, beter gezegd de Quantified Self. Vannevar Bush wordt aangehaald, Bush heeft Memex geintroduceerd.

Steve Mann was de eerste cyborg. Als student van MIT had hij een camera op zijn hoofd gemonteerd die live connected was via een zender. Hij zocht uit wat het met je doet als je alles wat je doet registreerd.

Gordon Bell kwam met de sensecam. Een camera om zijn nek maakt van ieder momemt uit zijn leven een foto. Hij zoekt uit wat dit doet met je geheugen.

Stephen Wolfram is ervan overtuigd dat iedereen binnenkort alles van zichzelf zal gaan meten. Hij heeft allerlei data verzameld (email en afspraken, toetsaanslagen etc.)

Nicholas Felton heeft een rapport uitgegeven van de data die is bijgehouden over zichzelf. Hij vroeg vrienden steeds vragenlijsten in te vullen wanneer ze hem hadden ontmoet.

Mooie voorbeelden van the Quantified Self, maar wat kunnen we daar nou mee? Hans noemt de ‘beweging’ Quantified self. Maar ook fitbit wordt aangehaald als voorbeeld van data die consumenten vastleggen. Fitbit houdt met sensoren bij wat je wanneer doet, als je niet oppast laat je weegschaal de wereld weten hoeveel je weegt. Ook facebook met de nieuwe Timeline is een voorbeeld van hoe data uit je persoonlijke verleden wordt vastgelegd en inzichtelijk gemaakt.

Maar ook zonder dat we het doorhebben wordt er data over ons verzameld. Amazon weet welke dingen Hans belangrijk vind aan de hand van de digitale highlights die hij maakt in boeken op de Kindle. Amazon gooit deze data natuurlijk nooit meer weg.

Het vastleggen van al deze data heeft volgens Hans twee effecten:
Eerste golf: jezelf fysiek verbeteren
Tweede golf: jezelf mentaal verbeteren

En we zijn er. We gaan het ‘eindelijk’ hebben over leren. Wat heb je daarvoor nodig?
1. Je moet iets doen. (iets wat je nog niet eerder hebt gedaan, een ‘stretch assignment’.)
2. Reflectie (wat is er eigenlijk gebeurd? Hoe goed ging dat? Moet ik daar iets aan aanpassen?)

Dat zijn volgens Hans de enige twee dingen die je nodig hebt

3. Certificereing, competenties bijhouden (eigenlijk een secundair proces dat voor veel bedrijven van belang is.)

Wat hebben we hiervoor nodig? Hierbij vraagt Hans onze hulp via twitter (#ele12)

  1. Het doen: Als we onszelf meten durven we meer te experimenteren en dus meer te innoveren. Een tutor kan hierbij helpen. Hij weet wat je voorkeuren zijn. Danny Hilles heeft hier veel onderzoek naar gedaan.
  2. Reflectie: Meten creeërt een feedbackloop. Fitbit geeft Hans directe feedback. Dat help hem om bewust te worden van zijn gedrag. Omdat hij weet dat hij vandaag nog geen trappen heeft gelopen pakt hij geen lift meer. Terug naar de Kindle van Amazon. Ze weten exact wat je leesgedrag is. Stel je voor dat Amazon deze data aan je teruggeeft. Bijvoorbeeld in een wordcloud. Dit kan bijvoorbeeld iedere maand, zo krijg je inzicht in je eigen interessegebieden.

Het einde van competentiemanagement. Er zijn twee problemen bij competentiemanagement:

  • businessproblematiek vertalen we naar een framework van competenties. Probleem is dat je organisatie sneller veranderen dan je framework.
  • Het andere probleem is dat je persoonlijkheid niet wordt vertaald in het competentieoverzicht. Een lijst met vinkjes zegt niets over wat Hans echt kan.

Het betekent het eind van portfolio’s. Waarom zou je dingen invoeren die je toch al vastlegd? Het gaat meer naar visualiseren van data, de data inzichtelijk maken.

Er zijn ook risico’s aan verbonden. Viktor Mayer-Schönberger beschrijft in zijn boek “delete” de functie van het vergeten. Als je niet meer vergeet kun je niet meer handelen. Eli Pariser benadrukt het risico van de filterbubble.

Laatste risico is de ‘big brother’ component. We raken als we niet opletten langzaam onze privacy kwijt. Ieder jaar reikt Bits Of Freedom hiervoor de Big Brother Awards uit.

Een laatste provocatie van Hans… shit, missed that slide, ik ga t hem zo nog vragen.

Cool thing die ik niet meer kwijt kon:
– Wikipedia is begonnen met wikidata.

  • Dank voor je verslag Job! Super hoe snel je dat voor mekaar hebt gekregen en hoe je mijn verhaal bij kon houden. De laatste slide ging over het “proactionary principle”: http://www.extropy.org/proactionaryprinciple.htm