Skip to content

Reactie op: Wim Veen’s homo zappiens

E-learning congres 2011
Vandaag is het Nationale E-learningcongres in Eindhoven. Ik probeer in korte posts verslag te doen van wat ik hoor en zie.

Zo, wat een dag. We gaan de laatste sessie in: Wim Veen vertelt over Homo Zappiens. Ik ben benieuwd want ik heb voor aanvang het idee dat Wim het hier al eens eerder over heeft gehad, zouden de homo zappiens zijn ge-evolueerd of zijn ze inmiddels doorgedrongen in de beroepsbevolking. We gaan het zo horen…

… Aanvang. Huh? Keukenpraat uit Delft. Niet homo zappiens? Dat belooft wat! We krijgen dus een kijkje in de keuken.

We mogen kiezen: reputatiesystemen of games. We kiezen games.

Volgens Veen zien we In Serious games we trouwens niets terug van de elementen die gewone games zo leuk maken. Oei, dat klinkt niet best.
Veen gaat van start met drie principes voor betrokkenheid van gamers bij games:
– ownership
– uitdaging
– motivatie
Tegenstrijdig dus met de manier waarop e-learning wordt ontwikkeld. Diploma’s zijn uit, referentiesystemen zijn in. Communicatie daar gaat het volgens Veen om.

Veen bespreekt een aantal games en laat zien hoe de drie genoemde principes terugkomen in de games.

Hij wijst op de rol van relevantie. Wanneer je mensen iets wilt leren is relevantie van de taak belangrijk om de motivatie van de lerende vast te houden.

Veen houdt een pleidooi voor het laten gamen van medewerkers. Ze zouden op strategisch en analytisch vlak beter gaan functioneren.

Ik geloof wel in games. Ook wel in serious games. Ik miste vooral praktische handvatten voor het ontwerpen en implementeren van deze games. Het zomaar spelen van games; leidt dat op tot werknemers die hun werk beter doen, of tot personen die een grote algemene ontwikkeling hebben. Zomaar gamen is dan net als informeel leren, en daar ligt nou juist het pijnpunt voor leren door games in organisaties. Want zoals Bob Mosher in de vorige sessie al zei: there is no CFO who will invest in informal learning… Call it performance support.

Wanneer we het hebben over serious gaming hebben we het over drie dingen:
– content
– gevoel
– interactie met omgeving

De parallel die Veen legt tussen games en de context van organisaties is aardig, veel sociale principes in games zie je terug in de echte wereld. Of is het juist andersom? Zien we de echte wereld terug in games?

Weinig gamers in de zaal maakt het voor Veen lastig om zijn gamewereld tot de verbeelding te laten spreken.

Uiteindelijk komt Veen terug op de essentie van serious games: we leren van spelen. Dat zit in onze natuur. Met de juiste content, gevoel/emotie en interacite kunnen we dit gebruiken voor opleidingen en trainen van werknemers.

Veen stelt dat de rol van contentproviders zou moeten verschuiven naar het in contact brengen van lerenden. Zoiets als facebook deed, maar dan anders. Meer zoals glovico.com en openstudy.com.

O, en daarnaast stelt Veen en passant ook nog dat mensen niet meer leren in cursussen, en we moeten allemaal World of Warcraft spelen. Doen we Wim, toch?

  • Klinkt toch wel een beetje als een open deur. Eigenlijk zou ik zelf voor reputatiesystemen kiezen…